nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.08.2019 "Klimaatopwarming niet te keren met ander eetpatroon"

De klimaatopwarming is niet om te keren door ons voedingspatroon te veranderen. Die suggestie vormt alleen maar een afleiding van het echte probleem: ons overmatig gebruik van fossiele brandstoffen. Dat zegt Amerikaans professor Frank Mitloehner, specialist op het gebied van luchtkwaliteitsverbetering bij het Departement Dierwetenschappen van de Universiteit van California. In Vlaanderen treedt Pieter Boussemaere, docent Geschiedenis & Klimaat aan de Vives Hogeschool in Brugge, die visie bij. “De spijsvertering van herkauwers is slechts verantwoordelijk voor vier procent van de broeikasgasuitstoot”, stelt hij.

In een nieuw rapport richt het klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) zijn pijlen op het landbouw- en voedselsysteem in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Volgens IPCC is de huidige manier waarop we voedsel produceren en land beheren, niet houdbaar als we de opwarming van de aarde binnen de perken willen houden. Een wereldwijde aanpassing van het voedselpatroon met minder vlees en meer plantaardige voedingsmiddelen is daarbij nodig, klinkt het. Hoewel 107 wetenschappers uit 52 landen het rapport hebben opgesteld, zijn er ook wetenschappers die er een andere visie op na houden.

Eén daarvan is professor Mitloehner die zich aan de Universiteit van California gespecialiseerd is in de meting en mitigatie van broeikasgassen, vluchtige organische verbindingen, ammoniak, waterstofsulfide en zwevende deeltjes en de studie van hun effecten op het milieu en op de gezondheid en het welzijn van mens en dier. Zijn laboratorium onderzoekt met andere woorden het verband tussen landbouwproductiviteit en duurzaamheid. BAMST, de Belgian Association of Meat Science and Technology, had professor Mitloehner te gast tijdens haar laatste conferentie over vlees.

Daar stelde de Amerikaanse professor dat het probleem van de methaanuitstoot van herkauwers systematisch overschat wordt omdat het gas zich fundamenteel anders gedraagt in de atmosfeer dan CO2. “Het klopt dat methaan 28 keer krachtiger is als broeikasgas dan CO2, maar in tegenstelling tot koolstofdioxide stapelt methaangas zich niet op in de atmosfeer”, benadrukt hij. “Overgesimplificeerde cijfers hebben ervoor gezorgd dat vlees een slecht imago heeft.” In België zegt bijna één op vier consumenten minder of geen vlees te eten omwille van de klimaatimpact.

Die cijfers houden vaak onvoldoende rekening met de cyclus waarvan herkauwers deel uitmaken. “De dieren hebben de unieke eigenschap dat ze cellulose kunnen verteren en omzetten in hoogwaardig voedsel. Het methaangas dat de koeien uitstoten wordt na tien jaar afgebroken in de atmosfeer en de planten die die dieren eten, gebruiken de vrijgekomen CO2 uit dit natuurlijke proces om te groeien. De uitstoot van herkauwers is op die manier ongeveer circulair”, aldus Frank Mitloehner. Hij wijst erop dat de verbranding van fossiele brandstoffen geen circulair karakter heeft en leidt tot een onverminderde opstapeling van CO2, wat het klimaatprobleem blijft vergroten.

Volgens de professor ligt de oplossing van het klimaatprobleem dan ook in het wereldwijd drastisch terugschroeven van de verbranding van fossiele brandstoffen. “Wie een jaar lang veganistisch eet, vermindert zijn of haar CO2-uitstoot met 0,8 ton CO2-equivalent ten opzichte van een omnivoor. Eén trans-Atlantische vlucht stoot echter al 1,6 ton CO2-equivalent uit. Als alle Amerikanen zouden stoppen met het eten van dierlijke producten, zou de totale uitstoot van de VS met slechts 2,6 procent dalen, wat wereldwijd een verschil zou maken van 0,5 procent. Maar het land zou in dat geval niet meer in staat zijn om alle nutritionele noden te beantwoorden met enkel binnenlandse productie”, klinkt het.

In Vlaanderen is zes procent van de totale broeikasgasuitstoot afkomstig uit de veeteelt. Dat is een stuk lager dan de bijdrage van transport, energie en industrie. “Wereldwijd ligt dat gemiddeld hoger, deels omdat de Westerse productiesystemen over het algemeen veel efficiënter zijn dan wat er bijvoorbeeld in Indië en Sub-Sahara Afrika te vinden is, en omdat onze hoge levensstandaard zorgt voor veel CO2-uitstoot langs andere wegen”, aldus de prof. Hij stelt dan ook dat er met de bestaande veestapel veel marge voor verlaging van de uitstoot mogelijk is, in het bijzonder in ontwikkelingslanden.

Mitloehner benadrukt ook dat de wereldbevolking jaar na jaar aanzwelt, maar dat de landoppervlakte die beschikbaar is voor landbouw ongeveer dezelfde blijft. “Wereldwijd is twee derde van alle landbouwgrond ongeschikt om aan land- en tuinbouw te doen. Dat aandeel bestaat vooral uit grasland, dat onbenut zou blijven als er geen herkauwers op zouden grazen. Koeien ‘upcyclen’ op die manier zogenaamde ‘marginal lands’. We kunnen onmogelijk twee derde van onze beschikbare grond weggooien als we de wereldbevolking te eten willen geven in 2050”, stelt hij nog.

Bijkomend argument is de rol die landbouwhuisdieren spelen in het valoriseren van restproducten uit andere sectoren, zoals de voedingsindustrie. Zo wordt biomassa uit de suiker- en biobrandstoffenindustrie bijvoorbeeld massaal gebruikt als veevoeder. Alleen al in Europa gaat het jaarlijks over 80 miljoen ton restproducten die anders verloren zouden gaan. Wereldwijd bestaat 86 procent van alle veevoeder uit voor de mens niet eetbaar materiaal.

Tot slot hebben we landbouwhuisdieren ook nodig voor het vruchtbaar maken van de akkers. “Ongeveer de helft van de meststoffen die wereldwijd worden gebruikt, zijn afkomstig van dieren. Als we stoppen met dieren te houden, moeten we de productie van chemische meststoffen dus noodgedwongen verdubbelen, wat ook de uitstoot enorm zal doen stijgen. Een goed beheerde veestapel kan bovendien de bodemstructuur en het bodemleven verbeteren en op die manier bijdragen aan de opname van broeikasgassen in de bodem”, besluit Frank Mitloehner.

Ook in Vlaanderen zijn er wetenschappers die onze sterke afhankelijkheid van fossiele brandstoffen als belangrijkste oorzaak zien van de klimaatverandering. Vives-docent Pieter Boussemaere, auteur van boeken als ‘Tien klimaatacties die werken’ en ‘Eerste hulp bij klimaatverwarring’, stelt dat fossiele brandstoffen, zoals steenkool, olie en gas, zijn verantwoordelijk voor 71 procent van de broeikasgasuitstoot en verandering van bodemgebruik, zoals ontbossing, voor negen procent. “Daarnaast zijn er nog een aantal minder belangrijke oorzaken zoals de spijsvertering van herkauwers (4%) of de productie en verwerking van kalk (3,5%)”, duidt hij.

Willen we dat de klimaatopwarming onder de twee graden Celsius blijft, dan moet er volgens Boussemaere 50 procent minder fossiele brandstoffen gebruikt worden en 50 procent minder ontbost worden. “Om dit te bereiken, is de oplossing eigenlijk heel simpel. We moeten van fossiele brandstoffen massaal overschakelen op elektriciteit, want die kunnen we opwekken uit hernieuwbare bronnen. Vandaag is slechts 20 procent van de energie die we gebruiken afkomstig van elektriciteit.” Drie voorwaarden zijn nodig om de overstap van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie te maken: we moeten voldoende hernieuwbare energie kunnen produceren, het elektriciteitsnet moet voldoende groot en modern zijn en we moeten voldoende opslagcapaciteit hebben. “Een uitdagende, maar haalbare opdracht”, meent Boussemaere. 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via