nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

27.09.2019 MAP6 waardeert wintergraan dit jaar als vanggewas

Wintergranen zullen dit jaar altijd meetellen als vanggewas voor het behalen van het individuele doelareaal dat elke Vlaamse landbouwer toebedeeld kreeg door het nieuwe mestactieplan. Bij inzaai na aardappelen of maïs lag dat eerst anders. Uit de reacties van de landbouworganisaties valt op te maken dat MAP6 door zo’n eerder kleine aanpassing veel aan draagvlak wint. Boze boeren lieten tijdens de infosessies al verstaan dat de uitsluiting van nitraatgevoelige hoofdteelten botst met een logische teeltrotatie. Het was reeds zomer toen MAP6 – dat onmiddellijk in werking trad – hen toegelicht werd zodat minister Koen Van den Heuvel de vanggewasregeling met deze overgangsmaatregel beter toepasbaar maakt. Wintergranen hebben volgens Boerenbond en Algemeen Boerensyndicaat duidelijke milieuvoordelen zodat zij het belangrijk vinden dat een krimp van het graanareaal niet alleen dit najaar maar ook de komende jaren vermeden wordt.

Het nieuwe mestbeleid zet sterk in op een uitbreiding van het areaal vanggewassen omdat is aangetoond dat hier de meeste winst op korte termijn in zit ter verbetering van de waterkwaliteit. Deze zomer werden landbouwers geïnformeerd over de vanggewasregeling in MAP6 die voor elke landbouwer in een doelareaal voorziet en specifiek in de gebieden met een slechte waterkwaliteit mikt op meer hectaren vanggewas.

Wat in het kader van het mestbeleid een ‘vanggewas’ heet, kennen landbouwers ook als ‘groenbedekker’ of ‘groenbemester’. Telkens spreek je (bijna) over hetzelfde, namelijk een nateelt als gele mosterd of gras die na de oogst van bijvoorbeeld granen gezaaid wordt. De nateelt kost geld in plaats van geld op te brengen, maar een landbouwer krijgt er iets voor terug. Termen als ‘groenbemester’ en ‘groenbedekker’ verraden dat het goed is voor de bodemkwaliteit. Bovendien fixeert de nateelt in zijn functie van vanggewas stikstof die achterbleef in de bodem. Uitspoeling naar het water in de winter wordt zo vermeden en de stikstof komt weer beschikbaar voor de hoofdteelt in het daaropvolgende jaar.

Onder impuls van het mestbeleid en de vergroening van het landbouwbeleid, alsook door de warme pleidooien voor groenbedekkers vanuit het praktijkonderzoek, is dit uitgegroeid tot een standaard landbouwpraktijk. Toch wekte de nieuwe vanggewasregeling veel weerstand op bij landbouwers. De beoogde uitbreiding van het areaal vanggewassen is voor een aantal onder hen moeilijk of niet te rijmen met een normale teeltrotatie. De onvrede volgt ook uit de vaststelling dat de de lat vooral erg hoog komt te liggen voor landbouwers die in het verleden reeds erg hun best deden om de bodem in de winter bedekt te houden met een nateelt.

Het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) en Boerenbond hebben de grieven van hun leden gebundeld en voorgelegd aan de Mestbank en aan Vlaams minister Koen Van den Heuvel. ABS nam een weegschaaltje mee naar Brussel om aan te geven dat een beter uitgebalanceerd mestbeleid nodig is. De jongerenorganisatie van Boerenbond, Groene Kring, sleurde deze zomer zelfs een grote staande klok mee om aan te geven dat de timing van MAP6 – pal in het seizoen – problematisch is. De voorzitters van zowel Boerenbond als ABS namen persoonlijk deel aan het overleg met de minister en zijn experten, wat aangeeft hoe zwaar de landbouwsector worstelt met de implementatie van een aantal maatregelen uit MAP6.

Kritiek die telkens weerkeert, slaat op de late goedkeuring en onmiddellijke inwerkingtreding van MAP6. En op het contraproductieve effect die een aantal maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit dreigen te hebben. “Dat was overduidelijk het geval met de regel die stelde dat wintergranen meetellen als vanggewas, behalve na aardappelen en maïs”, zegt ABS-beleidsmedewerker Mark Wulfranke. MAP6 stuurde aan op het inzaaien van een ‘echt’ vanggewas na aardappelen en maïs omdat het teelten zijn met een hoger risico op nitraatuitspoeling. Wanneer er bijvoorbeeld gerst na tarwe gezaaid wordt (wat van bij het begin meetelde voor doelareaal vanggewas, nvdr.), dan is dat risico veel kleiner. “Laat gezaaide wintertarwe neemt minder stikstof op dan een vroeger gezaaide groenbedekker”, erkent Wulfranke, “maar dat nadeel weegt niet op tegen de voordelen. Granen zijn weinig nitraatgevoelig en een goede teelt voor erosiegevoelige percelen. Bovendien schept de graanoogst in de zomer ruimte om in het najaar een groenbedekker te zaaien.”

“De oude regel zou in de praktijk aanleiding geven tot meer inzaai van maïs en minder graan”, verduidelijkt Boerenbond-adviseur Toon De Keukelaere. “Dat zou niet alleen contraproductief zijn voor het behalen van de waterkwaliteitsdoelen, maar ook de realisatie van het erosiebeleid negatief kunnen beïnvloeden. Op een hellend maïsperceel zullen water en modder sneller wegspoelen dan op een graanakker. Bovendien is het na een late oogst van maïs lastiger om een nateelt in te zaaien die de bodem bedekt houdt.”

Zowel De Keukelaere als Wulfranke zien de aanpassing van de vanggewasregeling daarom als een grote stap in de goede richting, “en er kunnen er nog volgen om MAP6 werkbaarder te maken voor landbouwers zonder aan de doelstellingen te raken”. In de eerste plaats denken ze aan het bestendigen van deze tijdelijke (2019) oplossing. De oproep rond de zogenaamde equivalente maatregelen lijkt daarvoor een uitgelezen kans. Tenminste, als de landbouworganisaties erin slagen de door hen geclaimde milieubaten van deze overgangsmaatregel tegenover de beoordelingscommissie van wetenschappers en ambtenaren hard te maken.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via