nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

02.07.2020 "Melkveebedrijf verdient 20% meer met agro-ecologie"

Een gemiddeld melkveebedrijf in Vlaanderen kan 20 procent meer inkomen genereren als het agro-ecologische principes introduceert in de bedrijfsvoering. Dat illustreerde Titus Ghyselinck van Voedsel Anders in de Commissie Landbouw van het Vlaams Parlement. “De coronacrisis heeft de nood aan meer veerkracht bij de Vlaamse landbouwbedrijven duidelijk gemaakt. Agro-ecologie kan dit bieden. Net zoals dit landbouwsysteem ook een antwoord kan zijn op de Europese uitdagingen die op de land- en tuinbouwsector afkomen”, klinkt het.

In een themazitting over de toekomst van land- en tuinbouw in het post-coronatijdperk liet de Commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid een reeks sprekers aan het woord. Na Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO, was het de beurt aan Titus Ghyselinck van Voedsel Anders. Dit is een groepering van 27 Vlaamse organisaties die zich verenigd hebben rond het thema duurzame landbouw en voeding. Al deze organisaties zijn voorstander van een agro-ecologische landbouw.

Kort omschreven is agro-ecologie volgens Ghyselinck een systeem waarbij er respect is voor de noden en rechten van het ecosysteem, van de landbouwer en van de consument. In zo’n systeem staan zorg voor de bodem en voor de natuur centraal, net zoals de landbouwer. Die moet meer autonomie krijgen. Op die manier ontstaat volgens Voedsel Anders een veerkrachtige landbouw. “De coronacrisis heeft aangetoond dat daar nood aan is”, klinkt het.

“Het verdienmodel van agro-ecologische landbouw focust niet op maximale productie, maar wel op een optimalisatie van alle ecosysteemdiensten. De centrale vraag is niet hoeveel de landbouwer geproduceerd heeft, wel hoeveel hij eraan heeft overgehouden”, verduidelijkt Titus Ghyselinck.

Gemiddeld melkveebedrijf als voorbeeld

Om zijn theorie helder te krijgen, gebruikte hij een voorbeeld. Het gemiddelde melkveebedrijf in Vlaanderen telt 74 melkkoeien en heeft 41 hectare landbouwgrond ter beschikking. Daarvan wordt ongeveer 15 hectare gebruikt voor grasland en 26 hectare voor de teelt van maïs. Daarnaast moet de melkveehouder nog krachtvoeder aankopen voor zijn koeien. De gemiddelde directe steun van zo’n melkveebedrijf bedraagt 18.000 euro.

Als deze melkveehouder zou gaan werken volgens de agro-ecologische principes dan moet hij ervoor zorgen dat hij minder afhankelijk wordt van externe inputs, zoals de aankoop van krachtvoer of het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Voedsel Anders wijst erop dat dit kan door meer eigen voedereiwitten te produceren.

Concreet betekent dit voor het bedrijf in het voorbeeld dat het zijn areaal grasland gaat uitbreiden van 15 naar 21 hectare, deels permanent grasland dat ingezaaid wordt met kruiden en waarop begrazing wordt toegepast en deels inzaai met grasklaver en luzerne. “Dat is niet alleen een goed voederalternatief, maar het zijn ook een stikstoffixerende planten waardoor een landbouwer minder nood heeft aan kunstmest. Bovendien groeien er bloemen op luzerne waar de bestuivers van kunnen profiteren. Het is ook een gewas dat weinig pesticiden nodig heeft”, zegt Ghyselinck. Bijkomend voordeel van deze teeltkeuze is dat een landbouwer hiervoor vergoedingen kan krijgen op basis van de nieuwe ecoregelingen die er in het Europese beleid zitten aan te komen.

Het areaal maïs daalt verder door 6 hectare perceelsranden om te zetten naar grasland in botanisch beheer. Dat kan bijvoorbeeld naast waterlopen. “Dit grasland kan twee keer gemaaid worden om als voeder aan de koeien te geven. Een ander deel van het maïsareaal kan dan vervangen worden door granen zodat het bedrijf kan voorzien in zijn eigen krachtvoer. Op die manier kom je tot een evenwaardig rantsoen waarbij de landbouwer meer autonomie krijgt en waarbij de melkproductie toch op peil kan gehouden worden”, legt Ghyselinck uit.

Stijging familiaal inkomen met 20 procent

Omdat Voedsel Anders rekening houdt met de nodige aanpassingsperiode voor het bedrijf in kwestie, werd toch een daling van de melkproductie met 5 procent ingecalculeerd. “Als we al deze parameters samen nemen, dan zien we dat het familiale inkomen, dat is wat de landbouwer overhoudt op zijn bedrijf, met meer dan 20 procent is toegenomen. Dat is vooral mogelijk door eigen eiwit te gaan produceren waardoor hij op krachtvoer, maar ook op kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, kan besparen”, klinkt het.

Ghyselinck wijst erop dat agro-ecologie dus niet alleen goed is voor de portefeuille van de landbouwer, maar ook op veel andere vlakken. “Door agro-ecologische principes toe te passen, is er meer natuurlijk grasland, is er een betere koolstofopslag in de bodem, is het pesticidengebruik lager en verbetert ook de structuur van de bodem omdat luzerne bijvoorbeeld heel diep wortelt. Dat zorgt er ook voor dat de bodem beter bestand is tegen droogte.”

Bovendien is deze vorm van landbouw in zijn ogen ook in staat om een antwoord te bieden om de ambitieuze doelen die de Europese Unie naar voor schuift in onder meer de Farm2Fork-strategie en het nieuwe GLB. “Een recent rapport toont aan dat de vergroening die het GLB vandaag voorschrijft, volledig zijn doel mist. Dat blijkt ook uit de cijfers: de waterkwaliteit gaat achteruit en de insecten- en vogelpopulaties nemen af. Het is duidelijk dat business-as-usual niet langer een optie is”, benadrukt Ghyselinck in naam van Voedsel Anders.

Dit alles maakt volgens de organisatie duidelijk dat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid niet enkel over landbouw gaat. “Het gaat ook over onze natuur, over onze voeding, over ons landschap. Daarom is het ook belangrijk dat de visie van een brede waaier aan stakeholders wordt meegenomen”, luidt het. Ghyselinck lanceerde daarom een oproep om via een transparant en open proces te komen tot een coherent nieuw GLB.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Biomilk

Volg VILT ook via