nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.10.2019 Stikstof, wat is nu juist het probleem?

Figuurlijk vanuit Nederland overgewaaid, vindt de stikstofdiscussie ook in Vlaanderen opnieuw ingang. Nochtans heeft de Vlaamse land- en tuinbouwsector sinds 2016 volgens de landbouworganisaties een goed werkend stikstofbeleid. Maar waarom is stikstof nu juist een probleem en welke rol speelt landbouw in heel die discussie? Heel wat cijfers en meningen circuleren dezer dagen. VILT zet een aantal feiten op een rij.

Wind uit Nederland?
Sinds de boerenprotesten in Nederland zijn zowat alle Vlaamse media in de ban van de stikstofproblematiek en proberen ze parallellen te trekken tussen Vlaanderen en Nederland. Nochtans is de discussie over de stikstofproblematiek niet nieuw in Vlaanderen. In het voorjaar 2015 was er week na week enorm protest van landbouwers tijdens de Vlaamse wielerklassiekers. Het verhaal rond stikstof werd toen echter nauwelijks duidelijk gekaderd door de algemene media. Wellicht had het te maken met het feit dat er nog een aantal andere redenen waren waarom de boeren betoogden. Er werd tijdens die protesten ook met een beschuldigende vinger gewezen naar de nieuwe regels rond erosie, het nieuwe mestactieplan en het probleem van de prijsvorming.

Maar niet alleen die diffuse boodschap, ook de complexheid van de stikstofproblematiek, lag toen wellicht aan de basis van de relatief beperkte aandacht die besteed werd aan de stikstofdepositie in Vlaanderen en de impact ervan op landbouw. Dat is sinds het massale boerenprotest in Nederland wel anders. Zoals de landbouworganisaties al snel aanvoelden: “dit is het volgende dossier dat wij (opnieuw) op ons bord krijgen”.

Waarom is stikstof een probleem?
De Europese Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992) bepalen dat lidstaten gebieden moeten afbakenen voor het behoud of het herstel van voor natuur waardevolle habitattypes, dier- en vogelsoorten. In Vlaanderen gaat het in totaal om 28 vogelrichtlijngebieden en 38 habitatrichtlijngebieden. Deze speciale beschermingszones worden ook wel Natura 2000-gebieden genoemd. Tegen 2050 moet Vlaanderen in al deze gebieden een gunstige staat van instandhouding bereiken. Of met andere woorden: er mogen geen ongunstige invloeden zijn van de mens of van menselijke activiteiten op de habitats en soorten in deze afgebakende gebieden. Om die toestand te bereiken, formuleerde Vlaanderen ‘instandhoudingsdoelstellingen’.

Eén van de bedreigingen voor de biodiversiteit in deze Natura 2000-gebieden zijn de stikstofverbindingen die het verkeer, de industrie en de landbouw uitstoten (emissie) en die neervallen op de bodem (depositie). “Stikstofverbindingen zoals stikstofoxiden en ammoniak hebben een vermestend effect op de bodem. Dat betekent dat plantensoorten die van rijke bodems houden, op die manier een duwtje in de rug krijgen. Zij verdringen zeldzamere planten die meer gebaat zijn bij een schrale bodem. Zo gaat de biodiversiteit van planten, maar ook van de insecten en vogels die ervan afhankelijk zijn, sterk achteruit”, legt Luc De Keersmaeker van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) uit in De Tijd.

Welke rol speelt landbouw?
Eerst en vooral moet er een onderscheid gemaakt worden door NH3 of ammoniak en NOx of stikstofoxiden. NH3 wordt vooral uitgestoten door de landbouw, terwijl de NOx-emissie vooral wordt veroorzaakt door industrie en verkeer. Het neervallen van die emissies op de bodem werkt voor beide stoffen anders. De depositie van ammoniak is vooral nabij. Het neerslaan van stikstofoxiden gebeurt over veel grotere afstanden.

In 1990 bedroeg de gemiddelde stikstofdepositie over heel Vlaanderen 43 kilo per hectare per jaar. In 2016 ging het om 23,4 kilogram. Tussen 1990 en 2016 was er een daling van 43 procent en tussen 2000 en 2016 van 27 procent. Ter vergelijking: in Nederland valt jaarlijks gemiddeld 22,4 kilogram per hectare van die stikstof, vooral stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3), uit de lucht.

Ammoniakverbindingen waren in 2016 verantwoordelijk voor 56 procent van de Vlaamse depositie. Dat betekent ook dat ongeveer de helft van de stikstofdepositie afkomstig is van andere bronnen. Omdat ammoniak de neiging heeft om lokaal neer te vallen, liepen Vlaamse landbouwbedrijven het grootste risico om vast te lopen in hun bedrijfsontwikkeling. “Maar het is niet omdat onze lokale impact het grootst is, dat onze sector alleen moet bijdragen aan een oplossing”, stelt Boerenbond.

Wat depositie betreft van stikstof in Natura 2000-gebieden ging het volgens een studie van INBO om 23,9 kilogram per hectare per jaar in 2011. De gemiddelde kritische grenswaarde die wetenschappers hanteren, is echter 16,1 kilogram per hectare. Van de totale stikstofneerslag kan 29,5 procent worden toegeschreven aan landbouw, 10 procent aan transport, 2,4 procent aan huishoudens en 2,3 procent aan industrie. Opvallend is dat 55 procent van de stikstofdepositie in deze gebieden afkomstig is uit het buitenland.

Lees morgen meer over de aanpak die Vlaanderen heeft gekozen om de stikstofuitstoot door de land- en tuinbouw terug te dringen.

Bron: Eigen verslaggeving/INBO/Boer & Tuinder/De Tijd

Beeld: Terzake

Volg VILT ook via