nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.10.2018 Inkomen van Vlaamse boeren is verdampt door 'topzomer'

Vlaanderen had van juni tot augustus veel weg van het zuiden van Frankrijk. De combinatie van een neerslagtekort en verzengende hitte kreeg boeren én hun gewassen ten velde op de knieën. Beregeningshaspels draaiden overuren, maar grote schade aan landbouwgewassen was onvermijdelijk. Tot dusver durfde niemand daar een cijfer op kleven, maar de optelsom van alle circa 12.000 schadedossiers geeft een idee. “Op basis van de eerste bezoeken van schattingscommissies aan getroffen percelen komen we uit bij een totaal schadebedrag van circa 457 miljoen euro”, klinkt het bij het Departement Landbouw en Visserij. Eén droge zomer kan een landbouwer de kop kosten als je weet dat het gemiddelde schadebedrag circa 38.000 euro (!) per dossier bedraagt.

Vorige vrijdag heeft de Vlaamse regering op voorstel van minister Schauvliege de zomerdroogte erkend als landbouwramp. Aan beide voorwaarden voor een erkenning als landbouwramp is voldaan. Enerzijds moet het weersfenomeen een uitzonderlijk karakter hebben of van een niet te voorziene hevigheid zijn. Anderzijds moet het weersfenomeen belangrijke schade hebben veroorzaakt. Het KMI oordeelde reeds dat de (niet) waargenomen neerslag tijdens de periode 2 juni tot en met 6 augustus in heel Vlaanderen uitzonderlijk is. Zoiets komt minder vaak voor dan eens om de 20 jaar.

Vervolgens wordt nagegaan of de totale schade hoger is dan 1,24 miljoen euro met een gemiddelde schade per dossier van minstens 5.580 euro. Daar twijfelde in feite niemand aan, gelet op de lange duur van de droogte, de beregeningsverboden die overal werden uitgevaardigd en de hittegolven die landbouwgewassen de genadeslag gaven. Zo blijkt ook, want de optelsom van alle schadedossiers levert een totaal schadebedrag op van circa 457 miljoen euro. Ter vergelijking, bij de erkenning als landbouwramp van de voorjaarsdroogte in 2017 werd de schade voorlopig geraamd op 98,7 miljoen euro. Voor een aantal teelten, zoals suikerbieten en fruit, is het toen net op tijd beginnen regenen zodat nog een normaal opbrengstniveau behaald werd. Dit jaar kwam de regen voor de meeste teelten te laat.

“Toch is het ook nu mogelijk dat een aantal teelten een deel van hun groeiachterstand hebben ingelopen wanneer de oogst aanbreekt. Daarom brengt de schattingscommissie nog een tweede plaatsbezoek aan teelten die lang op het veld staan, net voor de oogst”, verklaart Nele Vanslembrouck, woordvoerder van het Departement Landbouw en Visserij. Voor een groot aantal teelten zal één rondgang van de schattingscommissie volstaan omdat de oogst kort na het eerste bezoek volgde. Dat is bijvoorbeeld het geval voor maïs want de meest verdroogde percelen werden voor half augustus al gehakseld. Normaliter start de oogst van maïs als ruwvoeder voor de koeien pas (eind) september. Dit jaar werd er toen al volop korrelmaïs gedorst, wat ook ongezien vroeg is. Eind oktober zijn lege stoppelvelden een stille getuige van een memorabel slechte oogst.

Het proces-verbaal van eerste (voorlopige) schadevaststelling stelt het oorzakelijk verband vast tussen de droogte en het opbrengstverlies dat zich voordoet. Daarom hebben de schattingscommissies dit jaar vaart moeten maken om in augustus en september alle percelen nog te zien voor de oogst. Zo’n schattingscommissie is samengesteld uit een vertegenwoordiger van de gemeente waar het perceel gelegen is, vaak de schepen van Landbouw, en twee (actieve of voormalige) landbouwers die vaak in een oogopslag kunnen zien hoe goed of slecht een gewas er bij staat.

Soms gaat er ook een medewerker van het Departement Landbouw en Visserij mee op pad. “De rapportering van de gemeentebesturen over het werk van de schattingscommissies leert dat voor teelten zoals maïs en aardappelen het aantal percelen met droogteschade bijzonder groot is in vergelijking met hun totale areaal”, weet de woordvoerder van de landbouwadministratie. “Hoewel de schade zo algemeen is, hebben de schattingscommissies toch alle aangemelde percelen bezocht. Gezien de tijdsdruk waaronder ze moesten werken, hebben we via een persbericht duidelijk gemaakt dat alle technologische hulpmiddelen (bv. drones of satellietbeelden) ingezet mochten worden om hun taak te vereenvoudigen. Moderne technologie als aanvulling op menselijke expertise, daarvan wordt werk gemaakt in de toekomst”, aldus Vanslembrouck.

In West- en Oost-Vlaanderen hebben de schattingscommissies het meeste werk gehad want daar zijn 3.950, respectievelijk 3.400 schadedossiers ingediend. Dat zijn er beduidend meer dan in Antwerpen (1.750), Limburg (1.600) en Vlaams-Brabant (1.300). “Daaruit mag je niet afleiden dat de droogteschade in het westen van Vlaanderen groter is”, benadrukt Vanslembrouck, “want de verklaring kan er ook in bestaan dat daar veel meer landbouwers actief zijn.” Uit het provisoir beeld dat de eerste aangiften geven, kan het Departement Landbouw en Visserij afleiden dat er zich in gans Vlaanderen droogteschade heeft voorgedaan in alle teelten. Akkerbouw, voederwinning, groenteteelt, fruitteelt, sierteelt, … het bleef zo lang droog dat er overal schade is. Sommige regio’s, zoals de kuststreek, hebben net op het goede moment wat broodnodige neerslag gehad. Dat was de voorbije weken te zien aan de stand van de gewassen.

Bij het Departement Landbouw en Visserij houden ze er rekening mee dat het totale schadebedrag van 457 miljoen euro daalt na de definitieve vaststellingen van de schattingscommissies. “In 2017 hebben we ook zo’n correctie gezien door de tweede reeks van plaatsbezoeken kort voor de oogst. Peren is zo’n voorbeeld van een teelt die grote schade leek te lijden als gevolg van de vorst, en waarvoor het verdict bij de oogst in september nog meeviel. Verder is er bij 30 procent of minder schade per teeltgroep geen tussenkomst van het Landbouwrampenfonds. Vergelijk het met de franchise van je verzekering. Landbouwers weten dat en het is dus mogelijk dat zij in hun tegemoetkomingsaanvraag teelten met beperkte droogteschade niet zullen aangeven.”

Het gemiddelde schadebedrag per dossier bedraagt zo maar even 37.957 euro. Als je dan weet dat landbouwers maar een fractie van het opbrengstverlies kunnen recupereren via het Landbouwrampenfonds (hier kan je daarover meer lezen, nvdr.), dan belooft 2018 een bijzonder zwart jaar te worden voor veel land- en tuinbouwers. Door de erkenning van de droogte als landbouwramp kunnen zij aan de Vlaamse overheid een tegemoetkoming in het verlies vragen. Aangezien het om een landbouwramp gaat, en niet om een algemene ramp zoals de wateroverlast in 2016, zal het Departement Landbouw en Visserij zich over de schadedossiers ontfermen.

Tegemoetkomingsaanvragen kunnen tot de administratie gericht worden van zodra het erkenningsbesluit gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad. Publicatie wordt verwacht in november zodat 28 februari 2019 wellicht de deadline wordt voor de aanvragen. Alle praktische informatie is terug te vinden op de website van het Departement Landbouw en Visserij.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via