nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

18.10.2017 Stilstand Vlaamse mestbeleid zorgt voor nervositeit

Ongeduldig wachten de Vlaamse parlementsleden op de nieuwe resultaten van het MAP-meetnet, waar ze het effect van het mestbeleid aan kunnen afmeten. “De doelstelling van MAP 5 om tegen eind 2018 het overschrijdingspercentage tot maximaal vijf procent terug te dringen, zal niet haalbaar zijn”, laat minister Joke Schauvliege alvast weten. Tussen 2003 en 2014 verbeterde de nitraatconcentratie in oppervlaktewater gestaag, sindsdien is er nog weinig evolutie. Naar de oorzaken van de stagnatie wordt gezocht, en de bevindingen zullen de gesprekken met de Europese Commissie over MAP 6 stofferen. Na zoveel jaren van vruchteloos proberen, moet het nieuwe mestactieplan voor N-VA en sp.a een resultaats- en geen inspanningsverbintenis inhouden.

De nieuwssite Apache probeerde recent te achterhalen hoeveel geld er in Vlaanderen naar het mestbeleid gaat. Op vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Wilfried Vandaele (N-VA) werd dat uitgeklaard in het parlement. Minister van Landbouw en Omgeving Joke Schauvliege had het daar over een jaarbudget van 130,4 miljoen euro. Inbegrepen zijn het werkingsbudget van VLM/Mestbank (19,2 miljoen euro), het werkingsbudget van coördinatiecentrum CVBB (2,2 miljoen euro), eigen kosten voor landbouwers (109 miljoen euro) waarvan 87 miljoen euro op het conto van mestverwerking mag worden geschreven, aangepaste voedertechnieken (16 miljoen euro), staalnemingen (5,4 miljoen euro) en aangepaste bemesting (0,6 miljoen euro).

Minister Schauvliege wijst erop dat het principe ‘de vervuiler betaalt’ hier wordt toegepast aangezien de kosten van het mestbeleid in belangrijke mate door de landbouwsector zelf gedragen worden. Omtrent de resultaten van dat mestbeleid moet Schauvliege toegeven dat de sterke verbetering van de waterkwaliteit uit de jaren 2000 de jongste jaren slabakt. Ter illustratie: van 43 procent goede MAP-meetpunten in 1999 ging het naar 80 procent goede MAP-meetpunten vandaag maar de laatste jaren is er nog weinig evolutie. Die 80 procent goede meetpunten werden immers al in 2014 gehaald. Het voorbije winterjaar (2016-2017) waren er in Vlaanderen zes procent meetplaatsen op het platteland met één overschrijding van de nitraatdrempel (50 mg nitraat/liter), drie procent met twee overschrijdingen en 11 procent van de meetplaatsen vertoont meer dan twee overschrijdingen.

Samen maakt dat 20 procent rode MAP-meetpunten, wat de nervositeit in het Vlaams Parlement meteen verklaart want dat is vier keer hoger dan de doelstelling (5%) voor eind 2018. “De doelstelling van MAP 5 zal niet haalbaar zijn”, moet Schauvliege toegeven. “Op basis van deze vaststelling heb ik mijn diensten de opdracht gegeven om de oorzaken van de stagnatie grondig te onderzoeken. In de onderhandelingen over het zesde actieprogramma met de Europese Commissie zal Vlaanderen deze bevindingen meenemen.” Daarop vooruitlopen, wil de minister niet doen gelet op al het overleg dat nog nodig is maar ze laat er geen twijfel over bestaan dat bijkomende maatregelen nodig zijn, “en Vlaanderen daar werk van zal maken”.

Moed put ze uit de trendanalyse van de nitraatconcentraties per meetplaats want de kleur van de meetpunten (rood of groen) zegt lang niet alles. “Het percentage meetplaatsen met een significant dalende trend (38%) is merkelijk groter dan het percentage meetplaatsen met een significant stijgende trend (2%). Minder hoopgevend is de trendanalyse voor fosfor die gemeten wordt in oppervlaktewater. In de periode 2007-2016 vertoont 77 procent van de meetpunten geen statistisch significante verbetering, vertoont 19 procent wel een significante stijging van de concentraties en slechts vier procent een significante daling. Recent wetenschappelijk onderzoek van de KU Leuven toonde aan dat de huidige fosforconcentratie in het oppervlaktewater weinig correlatie vertoont met de huidige landbouwemissies van fosfor, maar wel met de concentraties van fosfor in het sediment van de waterlopen. “Dit geeft aan dat we ook de nodige aandacht moeten besteden aan de historische vervuiling van de waterbodems”, aldus Schauvliege.

Bij N-VA en sp.a twijfelt men niet aan de goede intenties van elk mestactieplan uit het verleden, maar constateert men dat we nooit slagen in wat Europa op vlak van waterkwaliteit verwacht. “Het is elke keer eigenlijk een maat voor niets”, windt N-VA-parlementslid Wilfried Vandaele er geen doekjes om. “Bij elk nieuw MAP zeggen we dit keer gaan we slagen, quod non. Elke keer zijn we tevreden met een inspanningsverbintenis. Na al die jaren van mestactieplannen mogen we van de sector wel eens een resultaatsverbintenis vragen.” Bruno Tobback van sp.a is het daar volmondig mee eens: “Als we 130 miljoen euro per jaar besteden aan het boeken van nul vooruitgang, dan gooien we 130 miljoen euro per jaar weg. Of dat geld is van de landbouw of van de overheid – en dus van de belastingbetaler –, het blijft weggegooid geld.”

Voor de sp.a’er is er maar één oplossing, namelijk een begeleide afbouw van de veestapel. “Ik ben niet tegen een warme sanering. Wat we nu doen, kost ook al jaren geld, en levert inzake grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit niets op. Is het niet stilaan tijd om te erkennen dat al de complexiteit van de laatste mestactieplannen ons niet helpt omdat er gewoon veel te veel intensieve veehouderij op veel te weinig grond is? Maatregel na maatregel stapelen we op om toch maar een gelijk aantal dieren te behouden. Dat zijn bijna oncontroleerbare afstandsregels, verwerkingsregels, percentages en noem maar op, waar bij mijn weten zelfs Boerenbond over klaagt.” Het mestdossier herinnert Tobback zelfs aan een adagium van Einstein: “Hetzelfde blijven doen en een andere uitkomst verwachten, dat is de definitie van waanzin.”

Ook Bart Caron van Groen vindt het onverdedigbaar dat Vlaanderen rond de 20 procent overschrijdingen van MAP-meetpunten blijft hangen. “Dat percentage naar beneden halen, vergt zware inspanningen maar is in het belang van landbouw zelf. Als we de doelstellingen niet halen, zullen er financiële sancties vanwege de EU komen.” De analyse dat het niet meer vooruitgaat en bijkomende maatregelen nodig zijn, zegt minister Schauvliege met iedereen te delen. “Vanaf 2018 wordt al bijgestuurd met de 1-metermaatregel langs alle waterlopen.” Die houdt in dat één meter langs de talud van grachten, beken en grotere waterlopen onaangeroerd moet blijven. Er niet mogen bemesten en sproeien maar wel mogen zaaien, zorgde in het verleden voor een moeilijke handhaving. De nieuwe regel wordt simpelweg ‘afblijven’.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via