nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

19.10.2016 Suikerbietentelers laten zich de mond niet snoeren

Het blijft rommelen tussen de Tiense Suikerraffinaderij en haar leveranciers. De akkerbouwers die vaak al generaties lang bieten leveren, zijn niet te spreken over de voorwaarden die de suikerfabriek in het postquotumtijdperk wil afdwingen. Ook de communicatie vanuit Tienen naar de media en de individuele landbouwers stoot de telersafgevaardigden tegen de borst. Jean-Jo Rigo, voorzitter van het Coördinatiecomité Haspengouw, doorprikt de all-in bietenprijs waarmee de suikerfabriek goochelt. Collega-akkerbouwer en belangenverdediger Mathieu Vrancken ontwaart tussen alle rookgordijnen die “met opzet” opgetrokken worden een bietenprijs van 19,84 euro per ton, wat schril afsteekt tegen de huidige gegarandeerde minimumprijs van 26,29 euro.

Eerst achter en nu ook voor de schermen verdedigt de Tiense Suikerraffinaderij het eigen contractvoorstel aan het adres van de bietentelers. De telersverenigingen houden al maanden voet bij stuk dat akkerbouwers aan die voorwaarden geen bieten kunnen en willen telen, wat door de suikerfabriek al even consequent bestreden wordt. Het Coördinatiecomité van de Haspengouwse bietentelers stapte naar de pers om hun ongenoegen over de onderhandelingen, of beter gezegd het gebrek daaraan, kenbaar te maken. Daarop kwam vanuit Tienen reactie, maar de woorden van directeur landbouwgrondstoffen Erwin Boonen botsen op ongeloof aan telerszijde.

“Als vertegenwoordigers van de planters kregen we te horen dat de Tiense Suikerraffinaderij gewoonweg niet meer wil onderhandelen”, zegt Jean-Jo Rigo, voorzitter van het Coördinatiecomité Haspengouw. De uitspraak dat de onderhandelingen nog een kans op slagen hebben, wekken bijgevolg zowel hoop als wrevel op. Het argument dat bieten overal in Europa aan dezelfde voorwaarden zullen moeten worden geteeld, weerlegt Rigo. “De Duitse bietentelers hebben het voorstel van Südzucker aanvaard omdat ze weten dat de bietenprijs die zij zullen ontvangen altijd hoger zal zijn dan de bietenprijs van de Südzucker-leveranciers in andere landen, waaronder de telers van de Tiense. Als meerderheidsaandeelhouders kunnen de Duitse telers voor zichzelf een prijssupplement reserveren alvorens een dividend uit te keren aan alle aandeelhouders.”

Terwijl Südzucker zich steeds beroept op de eengemaakte suikermarkt stelt akkerbouwer Mathieu Vrancken vast dat de bietenprijs niettemin verschillend is in de lidstaten waar Südzucker actief is. Hij wijt dat aan de uiteenlopende vergoeding voor de bietenpulp, die varieert van nul euro in Duitsland en twee euro in Frankrijk tot vier euro in België. Volgens Vrancken, voorzitter van de telers-aandeelhouders in de Tiense Suikerraffinaderij (Sopabe-T), komt dat neer op een vier euro hogere bietenprijs in Duitsland aangezien de waarde van de pulp verrekend wordt in de bietenprijs. Kan je moeilijk volgen? Je bent volgens Mathieu Vrancken niet alleen, ook de bietentelers geraken niet wijs uit het contractvoorstel van de Tiense. De telersafgevaardigde noemt dat een bewuste strategie van de verwerker: “Door te spreken over een all-in bietenprijs camoufleert men de prijsdaling.”

Opdat voor iedereen duidelijk zou zijn waar de landbouwers voor staan als de Tiense Suikerraffinaderij zijn zin krijgt, maakt het Coördinatiecomité Haspengouw volgende rekensom: “Bij een (lage) suikerprijs van 404 euro per ton bedraagt de gegarandeerde minimumprijs voor de bieten 26,29 euro per ton bij een suikergehalte van 16 procent. De Tiense Suikerfabriek stuurt haar medewerkers op pad met prijsvergelijkingen die uitgaan van 17 procent suiker, waarmee ze de zaken al meteen negen procent mooier voorstelt dan ze zijn. Je kan het vergelijken met een melkprijs waarvan de vet- en eiwitreferentie stijgt zodat het prijssupplement wegvalt. Bijkomend verrekent de Tiense een aantal kostenvergoedingen in de bietenprijs om het helemaal ondoorzichtig te maken: de premies voor vroege en late leveringen en voor het afdekken van bietenhopen terwijl dit niet meer zijn dan vergoedingen voor gederfde opbrengsten en extra kosten. Er is met andere woorden maar één prijs die telt, en dat is 19,84 euro per ton bieten.”

Vrancken legt uit hoe die berekening tot stand kwam: “Bij een suikerprijs van 400 euro per ton wil de Tiense 18,84 euro per ton bieten uitbetalen. Zelf beweert de fabrikant dat de prijsdaling deels gecompenseerd wordt doordat de bieten niet extra gekopt worden in de fabriek, wat 12 procent meer bieten per hectare zou opleveren. Wij denken dat dit effect beperkt blijft tot zes, maximum negen procent. Dat komt neer op anderhalve euro per ton bieten die je er bij mag optellen, om vervolgens de boete te moeten aftrekken die de suikerfabriek zal aanrekenen voor elke kilo aarde die mee vervoerd wordt met de bieten. Dat is een hele verslechtering in vergelijking met de huidige situatie waarbij alleen een bovengemiddelde hoge ‘grondtarra’ een afhouding van de bietenprijs rechtvaardigde. Het tarragehalte kan oplopen tot zeven procent of meer indien in nattere omstandigheden gerooid wordt. Slotsom is een bietenprijs van 19,84 euro per ton bij een suikerprijs van 400 euro per ton. Is de marktsituatie gunstig en brengt de suiker 500 euro op, dan stijgt dit naar 24,85 euro.”

Aan de basis van het ongenoegen van de bietentelers ligt een scheef getrokken winst- en verliesdeling. De oude prijsverhouding suiker versus bieten kwam neer op een meerwaardeverdeling van 56 procent voor de suikerfabriek en 44 procent voor de bietentelers. In het ‘systeem Tiense Suikerraffinaderij’ gaat twee derde naar de fabriek en één derde naar de teler. Mathieu Vrancken legt hier sterk de nadruk op om te vermijden dat de Tiense de verlaging van de bietenprijs nog kan goedpraten. Hij neemt er de kostprijs van bietenteelt bij, die schommelt tussen 2.300 en 2.600 euro per hectare, om voor te rekenen dat de teler er zijn broek aan scheurt indien de suikerprijs stokt op 400 euro per ton. Als de suiker duurder verkocht kan worden, dan is het niet zozeer de bietenteler maar de suikerfabriek die daarvan zal profiteren.

Van een prijssupplement ter compensatie van de slechte jaren wil Vrancken niet weten als de teler met open hand moet staan wachten in de hoop dat de fabriek een extraatje uit de hoge hoed tovert. “Volgens het contractenrecht moet de prijs bepaald of bepaalbaar zijn. “Het prijssupplement moet bijgevolg een op voorhand gekende formule hebben en berekenbare parameters. Dat wil men in Tienen niet, daar houden ze het prijssupplement liefst zo schimmig mogelijk.” De belangenverdedigers van de bietentelers weten zich gesterkt door een studie van het Prijzenobservatorium die uitwees dat de Belgische suikerfabrieken de voorbije jaren zes à acht procent winst boekten, ondanks de moeilijke marktomstandigheden. “Vergeleken met het rendement van de rest van de voedingsindustrie is dat gigantisch veel zodat je je kan inbeelden welke winsten de suikerfabrieken zullen maken als de suikerprijs naar 500 euro per ton stijgt. Waarom kunnen ze er dan niet mee instemmen dat we de oude marktsituatie als vertrekpunt nemen en winst en verlies eerlijk verdelen indien de suikerprijs beter of slechter doet dan 400 euro per ton?”

Anders dan de verwerkers hebben de telers een kwaad oog in de suikermarkt in het postquotumtijdperk. Mathieu Vrancken sluit een ‘melkscenario’ niet uit. De Europese suikerfabrieken koersen op een productiestijging met drie à vier miljoen ton suiker, het volume dat Europa tot dusver zelf invoerde. “De suiker die vroeger voor Europa bestemd was, zal ergens naar toe moeten. Op de wereldmarkt wordt 30 miljoen ton suiker verhandeld. Vergroot dat verhandelbare productieoverschot met tien procent en je krijgt een catastrofaal effect op een niet elastische grondstoffenmarkt. Blijkbaar hopen de Europese suikerverwerkers op misoogsten in Brazilië en India, maar het kan zomaar anders lopen. Als het slecht uitdraait, zal het de bietenteler zijn die de bonen vreet gelet op de slechte contractvoorwaarden die de Tiense voorstelt.” Voor alle duidelijkheid voegt hij nog toe dat geen enkele landbouwer ingestemd heeft met die voorwaarden. De Tiense Suikerraffinaderij laat het tegendeel uitschemeren, maar dat is volgens hem een eigen én foutieve interpretatie van een vrijblijvende telersenquête.

Het Coördinatiecomité dat de belangen verdedigt van de Haspengouwse bietentelers is bezorgd over de toekomst van de bietenteelt in ons land. Akkerbouwer Rigo geeft in bedekte termen te kennen dat akkerbouwers er de brui aan kunnen geven. “En we weten dat, wanneer een landbouwer een teelt verlaat, hij er nooit meer aan begint. In België zijn zowel de suikerverwerkers als de bietentelers vrijwel de besten van heel Europa. Hun knowhow moet niet meer worden bewezen. Zou het niet jammer zijn dat deze teelt in ons land afneemt?” Diens collega Vrancken hoopt nog op een positieve wending, “maar dan moeten er aan weerszijden toegevingen worden gedaan”.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Tiense Suikerraffinaderij

Volg VILT ook via