nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.10.2019 Inzake landbouw vleit regering vooral voedingsindustrie

Het hoofdstuk landbouw in het dinsdagmiddag volledig vrijgegeven Vlaams regeerakkoord start met het bewieroken van de voedingsindustrie als één van de grootste industriële werkgevers. Iets meer dan 20.000 professionele landbouwbedrijven vormen de basis van een agrobusiness-complex dat bijna 135.000 mensen tewerkstelt en jaarlijks 61,7 miljard euro omzet genereert. Over de primaire producenten wordt gezegd dat ze met vele uitdagingen worstelen: een lage rendabiliteit en in verschillende deelsectoren een grote subsidie-afhankelijkheid, een zwakke positie in de voedselketen, het terugdringen van hun milieu- en klimaatimpact, enz. In de sector is een ‘structurele transformatie’ gaande, en de regering-Jambon wil bijkomende inspanningen faciliteren door technologie en innovatie en door de omslag naar een kringloopeconomie.

Vlaamse land- en tuinbouwproducten behoren tot de wereldtop op vlak van kwaliteit en voedselveiligheid. “Het gevolg van vakmanschap, onderzoek en innovatie”, aldus de regering-Jambon, die de ambitie heeft om deze positie te versterken. Toekomstig Vlaams minister-president Jan Jambon had samen met de voorzitters van meerderheidspartijen CD&V en Open Vld maandag het nieuwe regeerakkoord toegelicht. Alleen de korte inleiding werd toen al publiek gemaakt. Daarin stond te lezen dat “bescherming van de open ruimte hand in hand gaat met een duurzame en innovatieve land- en tuinbouw als belangrijke schakel in de voedingssector en de Vlaamse industrie”.

Op de publicatie van het 300 pagina’s dikke regeerakkoord was het wachten tot dinsdagmiddag. De hoofdstukken over klimaat en ruimte bevatten interessante passages over landbouw, maar het hoofdstuk ‘landbouw en visserij’ verdient eerst onze aandacht. Zoals gezegd begint dat met het in de verf zetten van de verdiensten van de Vlaamse voedingsindustrie. Het is Jambon en co namelijk opgevallen dat de sector jaarlijks ruim 1,5 miljard euro investeert en uitgegroeid is tot één van de grootste industriële werkgevers.

Het aantal landbouwbedrijven loopt daarentegen jaarlijks met 3 procent terug, maar de iets meer dan 20.000 professionele landbouwbedrijven vormen wel de basis van een agrobusiness-complex dat jaarlijks bijna 135.000 mensen tewerkstelt en 61,7 miljard euro omzet genereert. Landbouwproducten en hun afgeleiden hebben een aandeel van 11, respectievelijk 12 procent in de totale Belgische in- en uitvoer. Vlaanderen ziet zijn primaire sector geconfronteerd worden met vele uitdagingen, waaronder een lage rendabiliteit en prijsvolatiliteit maar ook de omslag die gemaakt moet worden van vakmanschap naar sterk ondernemerschap. Andere sectorproblemen die het regeerakkoord haalden, zijn de zwakke positie in de keten, de vraag naar bio die de lokale productie overstijgt, de moeilijke toegang tot landbouwgrond, de subsidie-afhankelijkheid in verschillende deelsectoren en het terugdringen van de milieu- en klimaatimpact.

Uitdagingen zijn er om als sector aan te gaan, dus dan rest de vraag hoe. De nieuwe regering van N-VA, CD&V en Open Vld ziet het zo: “Dat moet op basis van objectieve parameters gebeuren, uitgaande van de realiteit in Vlaanderen en in een niet-polariserend debat. Net zoals andere sectoren heeft de land- en tuinbouw al veel inspanningen gedaan. Bijkomende inspanningen zijn echter noodzakelijk en bieden kansen.” Net zoals uit de oplossingsrichting in het hoofdstuk ‘energie en klimaat’ spreekt ook uit het landbouwluik van het regeerakkoord een groot vertrouwen in innovatie en technologische vooruitgang. Dat moet de structurele transformatie in de landbouwsector verder ondersteunen samen met de omslag naar een kringloopeconomie, schaalverandering (wat niet hetzelfde is als schaalvergroting, nvdr.) en de verankering van het landbouwbeleid in een geïntegreerd voedselbeleid.

Een ‘Vlaamse voedseltop’ lijkt de voorbode te worden van het voedselbeleid waar voor het eerst een Vlaamse regering werk van wil maken. Dit is wat we er nu al over weten: “Gezond, duurzaam, voldoende en veilig voedsel aan een correcte prijs voor iedere schakel van de voedingsketen staat centraal binnen een voedselbeleid. Het is dan ook van belang dat het huidige landbouwbeleid bijdraagt aan een sterk voedselbeleid waarin de voedselketen integraal en circulair bekeken wordt.”

De toekomst van onze land- en tuinbouw ligt volgens de nieuwe regering in innovatie en diversiteit. “Land- en tuinbouwers zijn vaak prijsnemers en daardoor soms slachtoffer van een race-to-the-bottom: steeds meer produceren voor minder, waarbij het inkomen van de landbouwer het kind van de rekening is”, luidt de analyse. Vlaanderen wil land- en tuinbouwers benaderen als ondernemers “die een strategische rol voor onze economie en maatschappij vervullen”. Blijven inzetten op de kwaliteit van Vlaamse landbouwproducten strookt met die benadering, alsook de Europese en internationale concurrentiepositie bewaken. Van de eigen landbouwproductie doen terugplooien op de lokale markt is dus geen sprake in het nieuwe regeerakkoord. Dat las je wel in het Waalse regeerakkoord. Een verschil in aanpak dus, en dat strookt met de realiteit op het terrein want Vlaanderen heeft een aandeel van 85 procent in de Belgische export van agrovoedingsproducten.

Het principe van ‘no gold plating’ uit het vorige Vlaamse regeerakkoord staat opnieuw ingeschreven in het hoofdstuk landbouw. Bij het omzetten van Europese regelgeving wil Vlaanderen conform dat principe strengere regels dan nodig vermijden. Heel consequent oogt het regeerakkoord niet op dat vlak. Neem je er het hoofdstuk dierenwelzijn bij, dan staat daarin te lezen: “We zetten in op de uitfasering van het gebruik van kooisystemen voor kippen”. Europa verbood in 2012 klassieke kooien, de zogenaamde legbatterijen, maar is nochtans niet geneigd om met de verrijkte kooien om welzijnsredenen hetzelfde te doen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via