nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.06.2020 Droogte: alle feiten en cijfers op een rij

De coronacrisis is nog lang niet achter de rug of daar is al het volgende probleem voor de land- en tuinbouwsector: na drie extreem droge zomers lijken we af te stevenen op een nieuwe extreme droogteperiode. Nog nooit eerder werden zo vroeg op het jaar in heel het land captatieverboden afgekondigd. Maar hoe ernstig is de situatie nu in Vlaanderen? En wat gebeurt er als er écht te weinig water is? Welke economische keuzes worden er dan gemaakt? Maar vooral, zijn er ook structurele oplossingen voor het watergebrek waar we mee geconfronteerd worden?
Waarom kampt Vlaanderen met waterschaarste?
 
Als welvarend land waar doorgaans vrij veel neerslag valt, kampte Vlaanderen altijd al met waterschaarste. Wereldwijd zijn er zelfs maar 22 landen met een hogere waterstressindex, een indicatie dat de behoefte aan water groter is dan de beschikbaarheid ervan. Dat is vooral toe te schrijven aan de hoge bevolkingsdichtheid van onze regio. Bovendien wonen we niet alleen met veel mensen op een kleine oppervlakte, ook de vele bedrijven en onze intensieve landbouw hebben water nodig. “Je zou het misschien niet verwachten maar per inwoner hebben we in Vlaanderen minder water dan bijvoorbeeld Spanje of Portugal”, zegt hydroloog Patrick Willems van de KU Leuven.
 
Een bijkomend probleem is dat als het dan regent, Vlaanderen het water moeilijk kan vasthouden. Door de ruimtelijke wanorde is onze bodem minder in staat om water te absorberen. “Water infiltreert dus niet in de bodem, maar verdwijnt in de riool en wordt zo afgevoerd naar de zee”, aldus Marijke Huysmans, professor grondwaterhydrologie aan de VUB. Volgens haar lag de focus veel te lang op het vermijden van overstromingen. Rivieren werden rechtgetrokken, akkers werden gedraineerd en de riolering moest zo snel mogelijk het water afvoeren, maar in tijden van droogte hebben we juist het tegenovergestelde nodig: water moet zoveel mogelijk vastgehouden worden.
 
Wie wordt het meest getroffen door de droogte?
 
Intussen stevenen we af op een vierde zomer op rij waarin het extreem droog is. Terwijl op basis van de statistieken die droogteperiodes maar eens in de 40 jaar zouden mogen voorkomen. Over heel Vlaanderen is code oranje van kracht, met captatieverboden in tal van waterlopen.
 
Landbouwers en de natuur zijn de eersten die getroffen worden door het gebrek aan regen. Maar als de droogte aanhoudt, kan ze ook wegen op de rest van de economie. Heel wat economische sectoren hebben immers water nodig voor hun activiteiten. Denk maar aan elektriciteitscentrales of chemiebedrijven die koelwater nodig hebben, aan het transport over het water of aan de West-Vlaamse diepvriesgroentebedrijven en de textielindustrie voor wie water cruciaal is in het productieproces. Tot slot is er ook de impact op de consument. In de regio rond Overijse kwam er vorige week verschillende dagen op rij nauwelijks tot geen water uit de kraan.
 
Welke sector krijgt water en welke niet?
 
Als de droogte aanhoudt, komt natuurlijk de vraag waarvoor we wel nog water gebruiken en waarvoor niet meer. “Er zullen harde economische keuzes gemaakt moeten worden over welke sector wel nog water krijgt en welke niet meer”, zegt Wim Van Gils, adviseur waterbeleid bij de Minaraad. In Vlaanderen is er nog geen afwegingskader vastgelegd, maar men is er wel mee bezig. Tegen eind dit jaar zou het klaar moeten zijn. Het zijn vooral de provinciegouverneurs en de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) die hierbij betrokken zijn, want zij hebben heel wat beslissingsbevoegd­heden bij ­water­schaarste.
 
Bij onze noorderburen is zo’n afwegingskader – verdringingsreeks heet het daar – er wel al. Daarbij werd gebruikt gemaakt van vier categorieën om de pikorde vast te stellen. Opvallend is dat drinkwater en energievoorziening er pas op de tweede plaats komen. De prioriteit gaat naar ‘veiligheid en het voorkomen van onomkeerbare schade’. Dit houdt onder meer het nat houden van dijken in of het voorkomen van verzilting van landbouwgrond bij de zee. Op de derde plaats kwam het bevloeien van kapitaalsintensieve gewassen en proceswater. Industrie, scheepvaart en landbouw kregen de laagste prioriteit. Een onderscheid tussen indus­triële sectoren kwam er niet.
 
In eigen land riepen zowel Boerenbond als Fevia, de federatie van de voedingsindustrie, op om de land- en tuinbouwsector en de voedingsindustrie ook in dit kader te erkennen als cruciale sectoren, net als dat het geval was tijdens de coronacrisis. Op die manier zouden deze sectoren dan moeten ontzien worden bij nieuwe beslissingen over droogtemaatregelen.
 
De code oranje die in Vlaanderen is afgekondigd, betekent dat er voor­lopig nog genoeg water is om alle sectoren te laten doorwerken. Al geldt er wel een oppompverbod in heel wat waterlopen in Vlaanderen. “Maar tegen het einde van deze zomer zou daar verandering in kunnen komen. Als deze zomer opnieuw kurkdroog wordt, zitten we tegen augustus of september in code rood en dat is van een heel andere orde”, aldus hydroloog Patrick Willems.
 
Zijn er structurele oplossingen mogelijk?
 
Maat­regelen en noodplannen zullen niet volstaan om het droogteprobleem oplossen, zeggen tal van experts. Ze wijzen erop dat we ons gedrag moeten aanpassen, niet alleen op vlak van waterverbruik maar ook op vlak van waterconservering.  “We moeten zuiniger met water omspringen en het meer gaan beschouwen als een luxeproduct. We zullen er dus op een andere manier naar moeten kijken”, klinkt het.
 
Uit cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij blijkt dat 75 procent van al het drinkwater in Vlaanderen door burgers wordt verbruikt. Het gaat om 114 liter per Vlaming per dag: 24 liter voor douchen, 21 liter voor de toiletten, 16 liter voor de wasmachine, 11 liter voor eten en drinken, 6 liter voor poetsen en 36 liter voor ander gebruik. “Van die dagelijkse hoeveelheid komt 100 liter uit de leiding en slechts 12 liter uit opgevangen regenwater. De overige 2 liter zijn grondwater en flessenwater”, zegt Wendy Francken, directeur van het Vlaams overlegplatform voor de riolerings- en afvalwaterzuiveringssector Vlario.
 
Met minder dan 10 procent blijft het Vlaamse regenwaterverbruik volgens Francken erg laag. Voor veel meer toepassingen kan regenwater worden gebruikt, zoals voor het toilet of de wasmachine. Ook professor Willems is die mening toegedaan. “We moeten het water meer gaan vasthouden. Vlaanderen is geen woestijn. Als we erin slagen om meer water vast te houden, valt het probleem op te lossen”, stelt hij. “Vandaag stroomt ongeveer 60 procent van het water ieder jaar weg naar de zee. Als we dat percentage kunnen terugbrengen naar 50 of 40 procent, is het waterprobleem opgelost. Maar daarvoor zijn wel massale inspanningen nodig.”
 
droogte.gazon.tuin_geVILT.jpg
 
De Vlaamse betonstop is één van de instrumenten die daarbij kunnen helpen. Wanneer er geen grond meer wordt verhardt of wanneer er zelfs beton wordt weggehaald, dan zorg je ervoor dat er minder water wegvloeit en meer in de bodem sijpelt. Hoewel dit op lange termijn een belangrijke oplossing kan zijn, ligt de betonstop politiek heel gevoelig en raakt die maar niet van de grond.
 
Daarnaast gaan er recent ook stemmen op voor een infiltratiebonus. Vlario lanceerde het voorstel. Het gaat om een bonus voor het regenwater dat niet afgevoerd wordt naar het publieke domein, maar dat op het private domein blijft en daar geïnfiltreerd wordt in de bodem. Bij nieuwbouw is een regenwater- en infiltratieput nu al verplicht, maar ook bij bestaande gebouwen kan daar nog verder op ingezet worden. “Elke druppel die neervalt in onze tuinen, zou daar moeten blijven”, zegt Wendy Francken van Vlario.
 
Ook CD&V lijkt gewonnen voor deze infiltratiebonus. “Hiermee kunnen we op tamelijk korte termijn al hoopgevende resultaten bekomen. Al wie initiatief neemt om meer regenwater op te vangen en op te slaan, moeten we hierin stimuleren”, klinkt het. Zo moeten regenwaterputten bij verbouwingen of uitbreidingen van woningen aangemoedigd worden. En ook het wettelijk maximum van regenwaterputten van 10.000 liter voor andere gebouwen dan eengezinswoningen moet weg volgens CD&V. Het is immers mogelijk om per vierkante meter dakoppervlakte 800 tot 1.200 liter per jaar op te vangen.
 
“Wie meer dan wettelijk voorzien wil opvangen, mag daar absoluut niet in verhinderd worden”, zegt Vlaams parlementslid Tinne Rombouts. Zij wil ook dat er een slimme sturing van particuliere waterputten komt. “De meeste waterputten staan gedurende lange periodes vol en dit zorgt ervoor dat zij overlopen bij hevige regenval. Door die capaciteit slimmer en duurzamer in te zetten, kan er meer waterinfiltratie plaatsvinden in de bodem. Mensen die hun put ter beschikking stellen voor dit systeem, kunnen dat bijvoorbeeld vergoed zien op hun waterfactuur.”
 
Een andere maatregel waarover wordt gesproken, is om de waterprijs voor particulieren te laten variëren naargelang het verbruik. “Wie spaarzaam is, zou in de toekomst minder moeten betalen en wie verspilzuchtig is, juist meer”, aldus Vlaams minister van Natuur en Omgeving Zuhal Demir (N-VA) die deze piste op dit moment laat onderzoeken. Ze benadrukt dat het geenszins de bedoeling is om het gemiddelde watertarief in de toekomst te laten stijgen. “De focus ligt op het belonen van mensen die duurzaam en bewust omspringen met het waterverbruik. Op die manier proberen we het bewustzijn te stimuleren.”
 
waterkraan water_geVILT.jpg
 
Een piste die eerder inzet op waterbesparing is de recuperatie van het grondwater dat moet afgevoerd worden op grote bouwwerven. Vandaag wordt dat rechtstreeks in de riolering gepompt, maar dat zou kunnen opgevangen worden om elders gebruikt te worden, bijvoorbeeld door de brandweer of door landbouwers. Her en der bekijken lokale besturen of ze de recuperatie van opgepompt grondwater kunnen verplichten. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door dit onderdeel te laten uitmaken van de omgevingsvergunning.
 
Korneel Rabaey, professor Waterbeheer aan de Universiteit Gent, ziet het nut in van al deze maatregelen, maar hij pleit ervoor om geen 101 voorstellen te lanceren, maar te kiezen voor één stevige maatregelen die waterzuinigheid stimuleert. “Die zal ervoor zorgen dat mensen uit zichzelf overschakelen op regenwatertanks, waterzuiveringsinstallaties, enz., zonder dat daarvoor subsidies moeten gegeven worden.” Een progressieve prijsstijging voor grootverbruikers van leidingwater zou alvast geld kunnen opleveren voor het waterbeleid waar Vlaanderen in zijn ogen nood aan heeft.
 
Volgens hydroloog Patrick Willems moet bovendien niet alleen de droogte aangepakt worden. “De klimaatverandering zal ons in Vlaanderen confronteren met én droogte én overstromingen én hittegolven én het verlies van biodiversiteit. We moeten met andere woorden oplossingen bedenken die die vier problemen tegelijkertijd aanpakken”, klinkt.
 
Eén voorbeeld om dit soort oplossingen te illustreren: in de steden kan men open ruimtes niet meer verharden, en lager gelegen zones creëren waar het regenwater wordt opgevangen en in de bodem kan sijpelen. Dan stroomt het water niet meer in de riolering, waardoor je overlast voorkomt. In die ruimtes plant je voldoende groen aan, zodat je schaduw creëert. Dat zijn dan de plekken waar de mensen in de zomer naartoe zullen gaan."
 
Wat kan landbouw doen?
 
De land- en tuinbouwsector is het eerste slachtoffer van de klimaatopwarming. Al voor het vierde jaar op rij dreigen oogsten te mislukken door de extreme droogte. Nochtans wordt wel eens met beschuldigde vinger gewezen naar de huidige landbouwpraktijken. Zij zouden te weinig aandacht hebben voor de bodem waardoor die zijn waterbergende functie onvoldoende kan uitoefenen. Met als gevolg overstromingen in periodes van hevige regenval en wegkwijnende gewassen in periodes van extreme droogte.
 
droogte_LoonwerkDefour.geVILT.jpg
 
“In onze symptoombestrijdingsmaatschappij denken we dat wind, extreme regen, droogte en plagen de grootste vijanden zijn van de landbouw. De grootste vijand van de landbouw is een ongezonde bodem. Als de bodem gezond is, ben je weerbaarder tegen bovengenoemde problemen”, zegt Louis De Jaeger, tuin- en landschapsarchitect en oprichter van het Food Forest Institute. Hij wijst erop dat er elk jaar ongeveer 7 à 10 ton vruchtbare aarde per hectare verdwijnt. “Het gehalte organische stof in de bodem moet terug omhoog, want die zorgt ervoor dat de bodem verandert in een spons. Hierdoor kan water beter infiltreren en beter vastgehouden worden.”
 
De bodem te vaak omploegen of berijden met zware tractoren zijn belangrijke oorzaken van het verdwijnen van organische stof in de bodem. “Niet-kerende bodembewerking moet de norm worden. En we moeten onze velden weer omringen met haagkanten, die dienen als windscherm, als producent van organische stof en als habitat voor biodiversiteit”, beweert De Jaeger. Een verkleining van de veestapel en het vervangen van eenjarige gewassen door bomen die als voedingsbron dienen, zijn andere pistes om landbouw weerbaarder te maken tegen extreme weersomstandigheden.
 
Greenpeace België pleit dan weer voor een ander landbouwsysteem met agro-ecologische landbouw en agroforestry als parameters. “Bomen planten op akkers of in weiden kunnen gewassen en vee beter beschutten tegen droogte en hitte. Hagen aanplanten beschermt akkers tegen erosie als gevolg van felle wind”, klinkt het . Andere technieken die volgens Greenpeace geïntegreerd moeten worden in het nieuwe landbouwsysteem zijn niet-kerende bodembewerking, gewasrotatie en een grotere gewasdiversiteit op het veld.
 
De aandacht voor de rol die de bodem kan spelen in de adaptatie aan de klimaatverandering is heel wat landbouwers niet vreemd. Ook tal van onderzoeksprojecten over klimaatbestendige landbouw nemen de bodem als uitgangspunt. Die moet zijn werking als een spons terugkrijgen. Zo wordt niet-kerende bodembewerking steeds meer een ingeburgerde landbouwpraktijk. Eén van de pioniers is Johan Geleyns uit Leuven. Hij schakelde in de jaren ’90 al over op niet-kerende grondbewerking. In zijn zog volgden heel wat landbouwers.
 
Ploegloos boeren heeft immers heel wat voordelen. Het intensief keren of mengen van gronden wordt vermeden. Meer gewasresten blijven zo aan het bodemoppervlak en de bodem wordt beter beschermd tegen erosie. Bij niet-kerende bodembewerking wordt de grond immers gewoon losgemaakt, terwijl bij ploegen de grond wordt gekeerd. Daardoor blijft het organisch koolstofgehalte in de toplaag en de structuur van de bodem beter behouden, wordt het water beter vastgehouden en wordt erosie geweerd.
 
Een andere manier waarop landbouwers inzetten op een weerbare bodem is het gebruik van groenbedekkers. Deze helpen de bodem te beschutten tegen weersinvloeden. Ze hebben ook een positief effect op de nutriënten en het organisch materiaal in de bodem en ze dragen ook bij aan het behoud van de bodemstructuur. Daarnaast is het ook een zeer goede manier om CO2 op te slaan in planten en bodem.
 
Het organisch koolstofgehalte in de bodem is belangrijk omdat het zorgt voor voedsel voor bodemorganismen, de verhoging van het waterbergend vermogen, de opslag van CO2 en de nodige pH-buffer. Groenbedekkers, minder intensieve grondbewerking en gewasrotatie zijn een aantal factoren die het koolstofgehalte in de bodem positief kunnen beïnvloeden. Daarnaast wordt ook het gebruik van stalmest en compost aangeraden. Als alternatief kunnen ook houtsnippers gebruikt worden.
 
De droge zomers hebben ook van irrigatie een hot topic gemaakt. Bedrijfsgebonden wateropslag is standaard voor serrebedrijven, containervelden in de sierteelt en bij kleinschalige groenteteelt in vollegrond. Een wateropslag op de bedrijfssite wordt gevuld met regenwater van de daken, en in sommige gevallen ook met het water dat op het erf valt.
 
droogte aardappelen_geVILT.jpg
 
Voor akkerbouwgewassen is irrigatie minder evident. De teeltoppervlakte en de benodigde hoeveelheden water zijn er vaak zo groot dat wateropslag minder evident is. Gebeurt het wel, dan is het vaak voor teelten als aardappelen omdat dit een dure teelt is en de aardappel een grote waterbehoefte heeft. Ook voor grove groenten wordt irrigatie ingezet omdat de groeicyclus gemiddeld veel korter is en watertekorten in een cruciale periode meteen een fiasco betekent voor de opbrengst.
 
Maar beregening heeft vaak een hoog prijskaartje. Wie geen water beschikbaar heeft of wanneer een captatieverbod wordt uitgevaardigd, laten landbouwers soms water over de weg aanvoeren met grote tankwagens. Maar dat heeft vaak een bijzonder hoog kostenplaatje. En ook de arbeidsuren die nodig zijn voor beregening worden al te vaak uit het oog verloren. Dit alles maakt dat landbouwers zich steeds meer bewust worden van de noodzaak aan wateropvang vlak bij hun velden. De provincie West-Vlaanderen heeft daarom recent beslist om landbouwers financieel te ondersteunen wanneer zij waterspaarbekkens willen aanleggen.
 
Een voorbeeld van irrigatie is de samenwerking van diepvriesgroentebedrijf Ardo dat samen met 47 landbouwers een irrigatienetwerk heeft aangelegd. Dankzij dit 24 kilometer lange irrigatienetwerk hoeven ze hun water niet meer op te pompen uit het kanaal, wat hen veel transportkosten en extra moeite bespaart. De kosten voor de aanleg werden gedeeld door Ardo, de coöperatie van boeren en ook de verschillende overheden kwamen met subsidies op de proppen.
 
Een stap verder dan irrigatie, is druppelirrigatie. Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant doet daar onderzoek naar. In plaats van het hele veld te irrigeren, wordt er via druppelslangen net voldoende water vlak bij de plant afgezet. Door eenvoudige vochtsensoren op het veld te koppelen aan een zelflerend bodemwaterbalansmodel, weersvoorspellingen en druppelirrigatie kan er maximaal gebruik worden gemaakt van elke druppel kostbaar water. In de praktijk zou het mogelijk zijn om tot zeven keer minder water te verbruiken door het toepassen van deze techniek.
 
Vaak wordt ook met beschuldigende vinger gewezen naar het draineren van percelen. Landbouwers leggen in hun nattere velden of op nattere plaatsen in de velden drainagebuizen aan die het water afvoeren naar een naburige beek of gracht. In de droogteperiodes werkt dit natuurlijk averechts. Peilgestuurde drainage kan daar een antwoord op bieden. In dat geval zal het water niet ongecontroleerd de sloot inlopen, maar kan een landbouwer zelf zijn waterpeil regelen. Het overgrote deel van het jaar kan zo het water worden vastgehouden om het op die manier in de bodem te laten sijpelen. Het wordt alleen afgevoerd wanneer er veldwerkzaamheden moeten gebeuren. In tal van Vlaamse provincies wordt met deze techniek geëxperimenteerd.
 
Tot slot wordt er ook gekeken naar andere gewassen die beter gedijen bij droge en hete temperaturen. Al langer gekend is het oprukken van de wijnbouw in ons land. Door de vele uren zonneschijn die ons land de afgelopen zomers kende, gedijen de druiven steeds beter op Belgische bodem en dat levert ook wijn op van goede kwaliteit.
 
In Vlaams-Brabant doet het Praktijkpunt Landbouw samen met een aantal andere onderzoeksinstellingen onderzoek naar de teelt van quinoa. Dit is een pseudograan van Zuid-Amerikaanse origine dat stressbestendig is en een aantal interessante voedingseigenschappen heeft. De interesse van landbouwers naar dit droogteresistent gewas is dan ook groeiend. Een andere nieuwe teelt die voor het eerst in Vlaanderen werd gezaaid, is die van kikkererwten. Thomas Truyen, een hobbyboer uit Zwalm, heeft het gewas voor het eerst dit voorjaar gezaaid. Kikkererwten houden juist van droogte. Tot nu toe gedijen de planten dan ook goed.
 
quinoa1.geVILT.jpg
 
Tegelijk wordt ook zeer actief onderzoek gevoerd naar het aanpassen van bestaande teelten. Dat kan zowel via klassieke veredeling als via ggo-technieken. Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) heeft bijvoorbeeld recent een veldproef aangeplant met genetisch gewijzigde maïs die beter bestand zou zijn tegen de droogte. Maar ook de CRISPR-Cas-methode biedt heel wat kansen op dat vlak. Al blijven ggo-gewassen moeilijk liggen bij een groot deel van de publieke opinie.
 
Het is duidelijk dat landbouwers, als eerste slachtoffer van de extreme weersomstandigheden, zich meer en meer bewust worden van de rol die ze zelf te spelen hebben. Meer aandacht voor de bodem, het opslaan van regenwater, irrigatie en het zaaien van alternatieve gewassen zijn maar een aantal pistes waar in de sector volop werk van wordt gemaakt, zeker nu landbouwers niet langer op het Landbouwrampenfonds kunnen beroep doen bij extreme weersomstandigheden. Onderzoek, overheid en landbouwers hebben de handen in elkaar geslagen om de landbouw klimaatbestendiger te maken. Maar dat er nog steeds werk aan de winkel is, maakt dit vierde extreem droge jaar wel duidelijk.

Bron: De Standaard/De Tijd/Het Laatste Nieuws/Belga

Volg VILT ook via